GCBlog 3

Stichting Greenpeace Nederland/de Staat der Nederlanden

Inleiding

Op 28 januari jl. heeft de rechtbank Den Haag vonnis gewezen in een WAMCA-procedure tussen Stichting Greenpeace Nederland en de Staat der Nederlanden over de bescherming van de burgers van Bonaire tegen klimaatverandering en de gevolgen daarvan.

In de procedure staan twee vragen centraal:

  1. Heeft de Staat voldoende tijdige en passende maatregelen heeft genomen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie), en
  2. of het klimaatbeleid van de Staat voldoet aan de eerlijke bijdrage die hij moet leveren op grond van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties en het daarop voortbouwende Akkoord van Parijs. Daarin is bepaald dat landen wereldwijd maatregelen moeten nemen om de mondiale opwarming van de aarde aan het einde van deze eeuw te beperken tot minder dan 1,5 °C ten opzichte van het pre-industriële niveau (mitigatie).[1]

Greenpeace is van mening dat de Staat te weinig maatregelen neemt om de inwoners van Bonaire te beschermen. Deze maatregelen zien op het beperken van klimaatverandering (mitigeren) en het aanpassen van klimaatverandering (adapteren).[2] Greenpeace vindt dat de Staat de verplichtingen van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) & het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) niet naleeft.[3]

Bonaire

Bonaire is een eiland gelegen in de Caribische Zee. Bonaire is een groot eiland met ongeveer 26.000 inwoners. Het zuiden van Bonaire ligt een stuk lager en is daardoor kwetsbaar voor overstromingen. Ondanks dat de economie van Bonaire voor een groot deel uit toerisme bestaat, leven veel inwoners onder slechte en arme omstandigheden.[4]

Vordering Greenpeace

In het kader van adaptatiemaatregelen

I. Greenpeace vordert een verklaring voor recht dat de Staat in strijd handelt en heeft gehandeld met artikelen 2, 8 en 14 EVRM en artikel 27 IVBPR. Dit handelen is onrechtmatig doordat de Staat (kort gezegd) niet/weinig maatregelen heeft genomen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatveranderingen; Bonaire uit te zonderen van bijna alle wet- en regelgeving; en door de Staat getroffen feitelijke maatregelen om de inwoners te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Tot slot vordert Greenpeace als verklaring voor recht dat de inwoners van Bonaire onvoldoende zijn geïnformeerd en onvoldoende zijn betrokken bij het maken van beleid en uitvoering van de feitelijke maatregelen.[5]

II. Greenpeace vordert dat de rechtbank de Staat veroordeelt tot het treffen van alle noodzakelijke maatregelen die nodig zijn om Bonaire en diens inwoners te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.[6]

In het kader van mitigatiemaatregelen

III. Greenpeace vordert een verklaring voor recht dat de Staat in strijd handelt en heeft gehandeld met de artikelen 2, 8 en 14 EVRM. Tevens dat de Staat een klimaatbeleid voert dat niet voldoet aan de ondergrens van een minimale eerlijke bijdrage die nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5°C.

Primair vordert Greenpeace:

IV. dat de Staat wordt veroordeeld om alle maatregelen te treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de jaarlijkse emissie: 

  • primair: van alle broeikasgassen uiterlijk in 2030 tot netto-nul, dan wel met 95% ten opzichte van de Nederlandse uitstoot in 1990, is gereduceerd en gereduceerd blijft;
  • subsidiair: van CO2, dan wel uiterlijk op 31 december 2031 tot netto-nul is gereduceerd en gereduceerd blijft, dan wel binnen een carbonbudget tot netto-nul wordt gereduceerd en gereduceerd blijft;

V. de Staat wordt veroordeeld om alle maatregelen te treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de jaarlijkse nationale emissies van alle broeikasgassen:

  • primair: uiterlijk in 2040 tot netto-nul gereduceerd zijn en gereduceerd blijven;
  • subsidiair: uiterlijk in 2040 met 95% ten opzichte van de uitstoot in 1990 gereduceerd zijn en gereduceerd blijven;
  • meer subsidiair: uiterlijk in 2040 met 90% ten opzichte van de uitstoot in 1990 gereduceerd zijn en gereduceerd blijven.[7]

Subsidiair vordert Greenpeace dat de rechtbank:

‘VI. de Staat veroordeelt om zo snel mogelijk, maar uiterlijk zes maanden na het in dezen te wijzen vonnis, althans op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, een nationaal carbonbudget vast te stellen dat een uitdrukking is van een fair share van het nog beschikbare wereldwijde carbonbudget voor 1,5˚C, op basis van een transparante procedure waarbij met betrekking tot het eindresultaat de grondslagen en keuzes expliciet worden gemaakt en waarbij het resultaat niet tot een lager carbonbudget mag leiden dan waartoe toepassing van een equal per capita berekening voor de Nederlandse situatie leidt.

VII. de Staat veroordeelt tot het vaststellen van concrete tussendoelen voor de reductie van de emissie van broeikasgassen, op basis van het onder VI gevorderde carbonbudget, voor:

primair:

( i) Emissiereductie binnen het Nederlandse territorium,

(ii) Negatieve emissies, en

(iii) Emissiereductie buiten het Nederlandse territorium;

subsidiair:

De reductie van de Nederlandse emissies – de nationale emissies verminderd met de door Nederlandse internationale klimaatfinanciering gerealiseerde emissiereductie in het buitenland die aan Nederland kan worden toegerekend.

Meer subsidiair vordert Greenpeace dat de rechtbank:

VIII. de Staat veroordeelt tot nakoming van het in de Klimaatwet vastgestelde klimaatbeleid, door alle maatregelen te treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen:

- dat het gezamenlijke volume van de jaarlijkse nationale emissie ten opzichte van 1990 in 2030 met 55% is gereduceerd;

- dat de netto-uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in 2050 tot nul is gereduceerd.

IX. de Staat veroordeelt in de Klimaatwet voor 2040 een bindend tussendoel vast te leggen dat minimaal in lijn is met het door de Europese Commissie voor 2040 op Unieniveau vast te stellen tussendoel voor 2040 en alle maatregelen te treffen die nodig zijn om dat tussendoel te halen.’[8]

Zowel ten aanzien van de adaptatiemaatregelen als de mitigatiemaatregelen

X. Greenpeace vordert de Staat te veroordelen in de proceskosten, deze te vermeerderen met nakosten en de kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis.[9]

Verweer de Staat der Nederlanden

Mitigatiemaatregelen

De Staat voert verweer.[10] De Staat is van mening dat het onduidelijk is wat (en welke) verdere reductie van de uitstoot van broeikassengassen door Nederland voor rol speelt in klimaatverandering en de gevolgen van die verandering op Bonaire.[11]

Greenpeace is van mening dat de Staat niet voldaan heeft aan zijn positieve verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM. Het tekortschieten ziet Greenpeace als een onrechtmatige daad. In het Urgenda-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Staat tot nakoming kan worden gedwongen indien de Staat op grond van het EVRM een verplichting heeft.[12] De Staat voert echter aan dat EVRM-bepalingen zich niet lenen voor een WAMCA-procedure en dat Greenpeace onvoldoende onderbouwd heeft of het eventuele tekortschieten van de Staat dermate ernstig is dat dit een onrechtmatige daad of een schending van mensenrechten oplevert.[13]

Voorts heeft Greenpeace als standpunt ingenomen dat de doelstellingen die de Staat voor zichzelf heeft gesteld, niet voldoen aan de eisen zoals deze zijn gesteld in het VN-Klimaatverdrag en de extra afspraken die de lidstaten daarna hebben gemaakt.[14] Zo voldoet het Nederlandse klimaatbeleid niet aan meerdere ambitievereisten, omdat het gebaseerd is op grandfathering (bepaalde partijen/organisaties/mensen worden dan vrijgesteld van het nieuwe beleid), het mitigatiebeleid houdt geen rekening met historische emissies en het voldoet niet aan de ondergrens van de Nederlandse fair share.[15] Daarnaast is Greenpeace van mening dat het huidige klimaatbeleid niet voldoet aan een serie van vereisten waarbij wordt gewaarborgd dat de doelstellingen omtrent het klimaat ook daadwerkelijk worden behaald.[16] De Staat vindt dat hij wel voldoet aan de positieve verplichtingen die op hem rusten op grond van artikelen 2 en 8 EVRM, mede gelet op de KlimaSeniorinnen-uitspraak.[17] Het Klimaatverdrag bevat geen emissiereductie-doelstellingen voor individuele verdragspartijen. Tevens hebben de EU en de lidstaten een gezamenlijke aanpak gekozen, zodat een ‘Nationally Determined Contribution’ (hierna: NDC) niet meer vastgesteld hoeft te worden door Nederland.[18]De NDC van de EU bevat een reductiedoelstelling van 55% in 2030, ten opzichte van 1990 en voor 2050 geldt een doelstelling van nul emissies. Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de Europese klimaatwet.[19] Tot slot stelt de Staat dat hij wel heeft voldaan aan waarborgen voor het behalen van klimaatdoelstellingen, zoals het kwantificeren van de emissieruimte.[20]

Adaptatiemaatregelen

Bij het nemen van de adaptatiemaatregelen voldoet de Staat niet aan de zorgvuldigheidsstandaard, aldus Greenpeace.[21] De inwoners van Bonaire lijden al jarenlang schade door klimaatverandering. Deze schade bestaat, volgens Greenpeace, onder meer uit: verscheidene/verschillende gezondheidsrisico’s, schade aan landbouw en infrastructuur door hitte, droogte en overstromingen.[22]Tevens blijkt uit onderzoeken dat Bonaire over 25 jaar deels onder water staat, dit vooruitzicht veroorzaakt veel zorgen. Vooral onder de jongere generatie leidt dit onzekerheid, over de toekomst van het eiland en wat dit voor hun toekomst zal betekenen.[23]

Daarnaast is Greenpeace van mening dat er internationale consensus bestaat over dat de Staat tijdig a) onderzoek laat verrichten naar klimaatrisico’s en dit vastlegt in een adaptatieplan en hierbij oog heeft voor kwetsbare personen, plaatsen en ecosystemen, b) een nationaal adaptatieplan opstelt met daarin een duidelijk adaptatiedoel, c) daadwerkelijk het adaptatieplan implementeert, d) een adaptatiebeleid voert dat effectief rekening houdt met risico’s die klimaatverandering meebrengt en effectief helpt bij het opbouwen van veerkracht, e) voorziet in systeem voor monitoring en evaluatie van het adaptatiebeleid en f) een mensenrechtenperspectief integreert in (het uitvoeren van) het klimaatbeleid.[24] Greenpeace vindt dat de Staat dit niet heeft gedaan, terwijl voor Nederland in 2010 al zo’n adaptatiebeleid was.[25]

De Staat voert hierop verweer. Hij stelt dat Bonaire tot 2010 onderdeel was van de Nederlandse Antillen. Taken  op gebied van klimaatadaptatie zijn, sinds Bonaire openbaar lichaam is, medebewindstaken en -bevoegdheden geweest. De Staat schept kaders middels wetten, plannen en programma’s waarbinnen Bonaire beleid of plannen kan of moet maken en uitvoeren. Het opstellen van een plan, stelt de Staat, is een autonome bevoegdheid.[26] Voorts is de Staat van mening dat hij zorg draagt voor zijn taak voor verwezenlijking van de fundamentele mensenrechten. Op rijksniveau wordt er gewerkt aan rijksbrede klimaatadaptatiestrategie en Caribisch Nederland wordt hierin meegenomen.[27]

Oordeel rechtbank

Mitigatiemaatregelen

Het verweer van de Staat met betrekking tot de rol van reductie van uitstoot door Nederland en de gevolgen voor Bonaire wordt verworpen door de rechtbank. In 2024 heeft het EHRM geoordeeld dat iedere staat maatregelen dient te treffen tegen klimaatverandering. Op grond van het verdragsrecht zijn staten verplicht om maatregelen te treffen, ook als de gevolgen daarvan nog niet duidelijk zijn. Deze verantwoordelijkheid hangt niet af van wat andere staten al dan niet voor maatregelen treffen. In klimaatzaken wordt het handelen of nalaten van staten getoetst aan eisen die van staten mogen verwacht en waar zij aan moeten voldoen. Van een staat mag worden verwacht dat hij alles doet wat in zijn macht ligt om verdere schade door klimaatverandering tegen te gaan, vanuit het oogpunt van mensenrechten.[28]

Op het moment dat een lidstaat een bepaalde drempel overschrijdt met betrekking tot een risico voor de klager, komen de positieve verplichtingen van de lidstaat aan de orde. Daarnaast moet er een causaal verband bestaan tussen het vermeende niet-nakomen en het risico. De klager dient aan te tonen dat en hoe zijn rechten zijn aangetast door handelen of nalaten van de lidstaat.[29] Maar, als men zich in klimaatzaken strikt vasthoudt aan de causaliteitseis die de klager moet aantonen, zouden de in het EVRM neergelegde rechten niet effectief gewaarborgd kunnen worden.[30] Het EHRM heeft een manier gevonden waarop klimaatklachten toch voorgelegd kunnen worden: het staat collectieve klachten toe, wat in andere zaken niet toegestaan is. Immers, de gevolgen van klimaatverandering zijn op groepsniveau internationaal onderzocht en voor een belangrijk deel bekend.[31] Daarnaast worden burgers geconfronteerd met complexe beslissingen, waarbij het inschakelen van collectieve organen het meest toegankelijke, en soms enige, middel is om de belangen te verdedigen.[32] Conclusie: de rechtbank oordeelt dat een WAMCA-procedure zich wel leent voor toetsing aan artikelen 2 en 8 EVRM.[33]

De rechtbank is van oordeel dat niet elke tekortkoming in een nationaal klimaatbeleid een schending is van een positieve verplichting die op grond van artikel 8 EVRM op de Staat rusten. Het niet sneller of met een hoger percentage dan in het VN-verband overeengekomen, reduceren van de eigen uitstoot van broeikasgassen, levert an sich geen schending op van de op de Staat rustende verplichtingen.[34] Echter, bij een beoordeling van artikel 8 EVRM waarbij alle omstandigheden van het geval worden meegenomen, kan het wel zwaarder wegen indien de Staat methodes of uitgangspunten kiest die op internationaal niveau als controversieel worden beschouwd. Ten aanzien van grandfathering heeft de Staat geen toelichting gegeven, dit neemt de rechtbank in negatieve zin mee in diens overweging.[35]

De rechtbank concludeert tussentijds dat de Nederlandse regelgeving op belangrijke punten niet heeft voldaan aan de minimumnormen in het verleden en ook huidige regelgeving voldoet niet.[36]

Adaptatiemaatregelen

Voor Bonaire bestaat er nog steeds geen klimaatadaptatieplan of integraal klimaatadaptatiebeleid voor Bonaire, terwijl al zeer lange tijd kenbaar is dat het eiland zeer kwetsbaar is voor klimaatverandering.[37] Voorts kleurt de toezegging van de Staat om kleine eilanden en kwetsbare gebieden bij te staan, volgens de rechtbank, de zorgplicht van de Staat verder in, ondanks dat het Klimaatverdrag en andere VN-afspraken niet van toepassing zijn.[38]

Daarnaast is het voor de rechtbank ook van belang dat het vaststaat dat Bonaire en diens inwoners al jarenlang negatieve gevolgen ondervinden van de klimaatverandering. Het staat vast dat in 2050 een deel van Bonaire onder water zal zijn gelopen. Een deel van de bebouwing en het culturele erfgoed bevindt zich juist op dat gedeelte van het eiland. En juist ondanks al die omstandigheden, is er nog geen klimaatadaptatieplan of -beleid.[39]

Er bestaat dus veel urgentie met het implementeren van een coherent en integraal adaptatiebeleid voor Bonaire. Het is al voor langere tijd duidelijk wat voor ernstige gevolgen de klimaatverandering met zich zal brengen, te weten gezondheidsschade, immateriële en materiële schade.[40]

Er is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek voor handen naar het verloop van klimaatverandering op en rondom Bonaire, waarbij ook meegenomen is wat de bewoners van het eiland nodig hebben en zullen hebben.[41]

Tot slot weegt de rechtbank mee dat voor het uitvoeren aan adaptatiebeleid gerelateerde natuurbeleid sinds 2020 geen financiële middelen aan de Cariben beschikbaar zijn gesteld. Het is onbekend hoe dit deel van het beleid effectief kan worden geïmplementeerd.[42] Het enkele feit dat het opstellen en implementeren van adaptatiebeleid een bevoegdheid van Bonaire is, doet niet af aan het feit dat de Staat eindverantwoordelijke is.[43]

De rechtbank concludeert tussentijds dat de Nederlandse regelgeving op belangrijke punten niet heeft voldaan aan de minimumnormen in het verleden en ook huidige regelgeving voldoet niet.[44]

Uitvoerbaarheid bij voorraad en proceskosten

De rechtbank verklaart voor recht dat de Staat in strijd heeft gehandeld en nog steeds handelt met artikel 8 EVRM en daarmee ook onrechtmatig handelt, door een klimaatbeleid te voeren dat geen eerlijke bijdrage is aan de maatregelen die moeten worden genomen om de opwarming van aarde te beperken tot maximaal 1,5 graden. Daarnaast handelt de Staat ook onrechtmatig door het onvoldoende tijdige en passende maatregelen te treffen om de inwoners te beschermen tegen klimaatverandering en hen onvoldoende te informeren.[45]

In de nationale regelgeving moet in elk geval de absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie worden opgenomen, waarbij tussentijdse doelstellingen voor de reductie inzichtelijk gemaakt moet worden.[46] De rechtbank verklaart voor recht dat de Staat in strijd handelt en heeft gehandeld met de grondrechten van de inwoners van Bonaire, te weten artikel 1 Twaalfde Protocol EVRM en artikel 14 jo. 8 EVRM. En dat de Staat de bewoners van Bonaire anders heeft behandeld dan de bewoners van Europees Nederland.[47]

De rechtbank beveelt de Staat tot het opstellen en implementeren van een nationaal adaptatieplan dat ook Bonaire beslaat en dat die targets voor 2030 worden behaald.[48]

De rechtbank veroordeelt de Staat in de proceskosten, te vermeerderen met kosten indien de Staat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.[49] De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.[50]

Hoger beroep

De Staat heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag.[51] Het laatste is dus nog niet gezegd over deze kwestie tussen Greenpeace en de Staat der Nederlanden. Wanneer de zaak dient, is nog onbekend.


[1] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 1.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[2] www.rivm.nl/klimaat-en-gezondheid

[3] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 1.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[4] www.rechtspraak.nl/Greenpeace-DeStaat

[5] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[6] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[7] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[8] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[9] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[10] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 8.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[11] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 9.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[12] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[13] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[14] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[15] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.5.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[16] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.5.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[17] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.6 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[18] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.6.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[19] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.6.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[20] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.6.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[21] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.18 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[22] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.18.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[23] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.18.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[24] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.18.3 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[25] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.18.4 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[26] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.19.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[27] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.19.6 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[28] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 9.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[29] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.15 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[30] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.16 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[31] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.17 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[32] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.18 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[33] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 10.19 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[34] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.13.4 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[35] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.13.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[36] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.17 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[37] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.24 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[38] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.24.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[39] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.24.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[40] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.24.4 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[41] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.25 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[42] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.26 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[43] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.27 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[44] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 11.28 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[45] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.1 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[46] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.2 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[47] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.3 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[48] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.4 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[49] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.5 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[50] Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, r.o. 12.7 (Greenpeace/de Staat der Nederlanden).

[51] Kamerbrief over hoger beroep in Klimaatzaak Greenpeace Bonaire, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2026/04/10/hoger-beroep-klimaatzaak-greenpeace-bonaire.